Technische ontwerpgegevens » Beweging van koppelingen onder druk
Beweging van koppelingen onder druk
Inwendige druk kan leiden tot beweging van de leiding als deze onvoldoende is vastgezet. Dit kan echter ook koppelingsbeweging veroorzaken. Een getrapte koppeling van Viking Johnson fungeert in feite als een verloopstuk, en de inwendige druk zal deze naar de leiding met de kleinere diameter duwen. Onder normale omstandigheden, d.w.z. bij een bescheiden diametervermindering, ondergrondse aanleg, standaard waterdrukken enz., zijn de wrijving van de grond en de leiding voldoende om beweging van de koppeling te voorkomen.
Bij grotere diameters en bij bovengrondse toepassingen, en met name bij hogere drukken, kan de drukbelasting op de getrapte koppelingshuls echter voldoende zijn om beweging van de koppeling en daarmee losraken te veroorzaken. Er moeten concrete maatregelen worden genomen om de koppeling vast te zetten en beweging langs de leiding te voorkomen. Dit kan gebeuren door middel van bevestigingsstangen, aanslagen op de leiding of in de koppeling zelf, of door de koppeling in beton in te bedden.
Als alternatief biedt het gebruik van de UltraGrip-bevestigingsfittingen van Viking Johnson een kosteneffectieve oplossing die voorkomt dat de koppeling of getrapte koppeling langs de smallere buis verschuift.

